DE HERBERG VAN JOCHEM BOEIJEN
(begin 18e eeuw)
In het begin van de 18e eeuw waren herbergen in de dorpen meestal plekken bij een boerderij, waar aan basisbehoeften, zoals eten, drinken en slapen tegen betaling voldaan kon worden. Het waren vooral gelegenheden, waar de plaatselijke bevolking kon samenkomen voor gezelligheid of feesten. Het was een ontmoetingsplek, maar ook een omgeving waar vergaderingen, openbare verkopen of verpachtingen werden gehouden.
Soms kwamen er rondtrekkende mensen langs, die onderdak nodig hadden, De herberg bood dan een sobere maaktijd, bier en jenever en ook een eenvoudige slaapplek, waar een ledikant, een po, een tafeltje met waskom en lampetkan aanwezig waren. (1)
Berghem, waar de herberg van Jochem Boeijen stond, kende in die tijd verschillende herbergen.
Dansende boeren voor een herberg. Adriaan van Ostade, 1670
Feestenden boeren in een herberg. Adriaan van Ostade 1673
Zo was er de herberg van Peter Willem Hoefs .
Op 6 februari 1692 verkreeg Jochem Aerts van den Heuvel door middel van erfmangeling een huis, hof, schuur en brouwerij en varkenskooi in de Schutsboom van Peter Willem Hoefs. (2) Op 13 oktober 1701 verhuurde Jochem Arts van den Heuvel zijn brouwerij aan Gerrit Cornelissen.(3)
Elk jaar werd gekeken wat de herbergen gingen doen.
In 1697 moesten de brouwers en tappers van Berghem met name Jan Art Hensen, Jan Hoefs, Jacobus Ackerman, Jacob Arts van den Heuvel en Lowis du Pre aan Adriaan Tabbers, pachter van de dranken, verklaren wat ze aan drank in huis hadden en of ze dit jaar al dan niet zouden tappen .(4)
Zo ook op 13 oktober 1701. Door Reijnier Schonck, pachter van de dranken , werd bij de brouwers Jan Art Hensen, Hendrick van Breugel, Jacob Art Gosens, Jacobus Ackerman, Jochem art Gosens en Lowies du Pre vastgesteld hoeveel drank zijn in huis hadden. (5)
Het kon gezellig zijn in de herberg, maar natuurlijk gebeurde er ook regelmatig minder aangename zaken.Het waren meestal ordinaire ruzies. In de archieven zijn enkele gebeurtenissen te vinden uit die tijd.
Op 17 april 1698 verklaarden Pierre du Pre en Cornelis Boeijen , dat zij op 13 december voor het huis van Pierre du Pre de personen van Jan Ariens van Dartel en de dragonder Jan Dircx.hadden zien vechten. Daarbij werden messen gebruikt. Pierre du Pre had de twee uit elkaar gehaald waarop de gekwetste Jan Dircx in het huis van Pierre du Pre was gebracht en Jan Ariens van Dartel werd naar de herberg van Claes Celen vervoerd.
Peerken Janssen, weduwe Marcellis Lamers, verklaarde dat zij samen met haar dochter Dirsken Marcelissen op 13 april op de Coolwijk in de herberg van Claes Celen was. Daar bevonden zich ook Jan Ariens van Dartel en de dragonder [ruiter cavalerie] Jan Dircks. Peerken Janssen kreeg ruzie met Jan Ariens van Dartel die al eerder de glazen van haar huis ingegooid had. Ze was daarop naar het huis van Pierre du Pre gegaan maar Jan Ariens van Dartel ging haar achterna, bedreigde haar met een mes en sloeg haar een blauw oog, waarop de dragonder Jan Dircks haar had ontzet. (6)
In de herberg vanJochem Art Goossens was Jochem Jan Gerits in 1698 in dronken toestand kwaad geworden. Omdat hij geen drank meer kreeg, gooide hij zijn glas naar de herbergier. Daarop werd hij met behulp van gezworene Jan Jans Cornelissen door de herbergier buiten gezet. (7)
In 1698 verklaarden Dirck van Broeckhuijsen, Gerrit Jansen Snoeck en Hendrick Peters (oud schepenen), dat zij op vastenavond in de herberg van president Lowis du Pre waren en daat zij gehoord hadden, dat Adriaan Tabbers, pachter van de dranken, ruzie had met Jacob Arts van den Heuvel , omdat er werd gefraudeerd. (8)
Op oudejaarsavond 1699 kwamen Dirk Jan Luijtenants en Antonij Lodders volkomen dronken aan in de herberg van Goossens. Ze kregen daarom geen bier meer, maar begonnen toen ruzie te maken met de herbergier en zijn knecht. (9)
Op 10 oktober 1700 werd in de herberg van Jochem Art Goossens Cornelis Wilbers met een mes aangevallen door Willem Dirck Cort Jans ofwel genaamd Willem Dircks Hoecx. (10)
In 1701 was er flink wat onenigheid in de herberg van Jochem Arts van den Heuvel. Sergeant Dirck Wilms, tamboer Cobus van der Putten en soldaat Arian Peter Ermers wilden Dirck van Heeckisse meenemen voor in dienstneming, maar dit ging niet zonder slag of stoot. (11)
Wanneer de vlam in de pan sloeg, was men al snel geneigd een mes te trekken. Zo verklaarde Jan Gerrits in 1715 dat hij in de herberg van Roelof Hoecx was en daar gezien had dat zonder dat er een aanleiding voor was Peter Willem Denen Ermert Gerits aanviel met een mes. (12)
In 1718 vond er in de herberg van Dirck Jan Nelen een vechtpartij plaats, tussen Willem Art Wilms en Cornelis Hendrick Teunissen, waarbij messen werden getrokken. (13)
JOCHEM BOEIJEN
De hoofdpersoon van deze geschiedenis, JOCHEM BOEIJEN werd rond 1676 in Berghem geboren. Hij was het derde kind uit een gezin van zeven, Zijn vader was Johannes (Jan) Henrici Boeijen en zijn moeder Kluske (Nicolai Deudecum) Claessen. Hij had drie zussen: Maria, Emerentia en Joanna, maar ook drie broers: Henricus, Cornelius en Antonius. Anderhalf jaar na de geboorte van Antonius stierf moeder Kluske in 1683. Negen jaar later overleed Jochems vader.
Jochem, soms ook Joachim genoemd, kreeg al snel verkering met Ardina (Arnolda Jans Aerts) Hensen. Op 14 september 1701 trouwde hij met haar. (14)
De vader van Ardina was Jan Aerts Hensen, die gehuwd was met Emke (Emberta) van Beugen.
Jan Aerts Hensen had de nodige bezittingen en was een belangrijk man in Berghem. Hij had in de Laanderstraat een huis, hof en herberg. Toen Jochem met Ardina getrouwd was ging hij meehelpen in de herberg van zijn schoonvader. Later nam hij de herberg helemaal over.
Jochem was in het begin ook geen gemakkelijk persoon, want op 24 juni 1701 was hij samen met Jan Emonts, Peter Jan Tijssen, Sebert Janssen de Leu en Dirck Jan Luijtenants aan het drinken in het huis van Jacobus Ackerman. Daar kreeg hij ruzie met Dirck Jan Luijtenants. Beide trokken ze hun messen en bedreigden elkaar. (15)
Vechtpartij ca. 1640-1660 (monogrammist VH 17e eeuw uit Rijksstudio)
De problemen met Dirck Jan Luijtenants waren helaas nog niet voorbij, want op 29 juni 1702 ging het weer mis. Sebert Seberts verklaarde dat hij die dag in het huis van Jacobus Ackerman aan het drinken was. Daar was ook Jochem Boijen . Dirck Jan Luijtenants dronk daar samen met zijn neef Bartel du Pre. Dirck Jan Luijtenants is daarop naar buiten gegaan zonder geruzie met iemand. Daarna is ook Jochem Boijen naar buiten gegaan met de mededeling: ik ga Dirck Jan Luijtenants in zijn lijf snijden. Jacobus Remmits verklaarde dat hij Dirck Jan Luijtenants uit het huis van Jacobus Ackerman heeft zien komen en dat Jochem Boijen hem met een bloot mes bedreigde. Willem Janssen bevestigde de verklaring van Jacobus Remmits. Sebert Janssen de Leu jaar verklaarde dat hij Dirck Jan Luijtenants op straat had zien staan en dat Jochem Boijen hem met mes aanviel. (16)
Gelukkig bracht zijn gezin en het werk in de herberg meer rust.
Op 20 augustus 1702 werd het eerste kind, een dochter, van Jochem en Ardina gedoopt. Ze werd Hendrina genoemd.
Een jaar later op 2 juni 1703 werd Nicolaas gedoopt. Toen kwam Joanna op 28 maart 1704, maar zij overleed, zodat het volgende kind, weer een meisje, op 24 september 1705 weer Joanna werd genoemd.
Jochem had ondertussen de herberg volledig overgenomen van zijn schoonvader.
Op 25 maart 1706 vond er een incident plaats in de herberg. De volgende verklaringen werden afgelegd:
Marij Jan Ariens, oud 22 of 23 jaar, Jan Jan Ariens oud 30 jaar, Willem Jan Henricx 20 jaar en Henrick Peter Arts 21 of 22 jaar verklaarden dat zij op 25 maart 1706 in herberg van Jochem Boijen waren en daar gezien hadden dat Jan Emonts en Antonie Jan Cornelissen ruzie met elkaar hadden en waarbij Antonie Jan Cornelissen met zijn mes Jan Emonts verwondde.
Jochem Boijen, 28 jaar en herbergier verklaarde dat op 25 maart bij hem in herberg waren Jan Emonts en Antonie Jan Cornelissen. Deze kregen ruzie waarop Antonie Jan Cornelissen zijn mes trok en daarbij Jan Emonts verwondde. (17)
Op 16 mei 1706 was er weer een voorval. Jacob Peters Claessen verklaarde, dat hij die dag in de herberg was. Daar waren ook aanwezig Bartel du Pre, Willem Henrick, de weverszoon, Dirck Jan Nelen en Gielen Gielens en dat van enig gekrakeel geen sprake was. Ze waren allen na enige tijd vertrokken. Toen Jacop Peters Claessen naar huis ging, trof hij Bartel du Pre en Dirck Jan Nelen gewond aan bij het huis van Dirck Cortjans. Ze hadden blijkbaar ruzie gehad waarbij een mes werd gebruikt. (18).
Berghem: Het Duurendseind. Zelf getekend kaartje (situatie begin 18e eeuw)
Het kon soms niet uitblijven dat ook Jochem bij ruzies betrokken was. Zo legden Marij, weduwe van Arian de Leu, 43 jaar, Bastian Cornelis Rodijn en zijn vrouw Jenneken, Mechtelt, vrouw van Henrick Jan Thomas, Remmit van Deutecom en Ariaentje, dochter van Gert Wouters een getuigenverklaring af over een vechtpartij die plaatsvond op 25 mei 1706. Er werd gevochten door Sebert Janssen, Claes Arts, Cornelis Boijen, Cornelis Jan Otten, Jochem Boijen, Willem Jan Henrick Willems, de zoon van Nelis Jan Vos en twee zonen van Henrick Heijmerix. Alles speelde zich af bij het huis van Jochem Boijen, waarbij messen en stokken gebruikt werden. (19)
Die zomer werd Maria geboren op 3 augustus 1706. Daarna kwam Petronella op 31 juli 1707. Weer een dik jaar later kwam Henricus op 3 december 1708.
Ondertusen had Jochem een huis en hof in de Laanderstraat gekocht van Remmith van Deutecom (20). De schoonvader van Jochem, Jan Art Hensen was ook overleden.
Vervolgens bracht Ardina Emerentiana op 11 juli 1710 en Elisabeth op 20 juli 1711 ter wereld.
In de herfst van 1711 kocht Jochem land van Andries Jansen de Bruijn, dat Gries Meijshof heette en aan de Bredestraat lag. (21)
Het tiende kind, dat Ardina baarde op 17 oktober 1712, was Guilielma.
Jochem kocht in 1713 twee stukken land aan de Breedestraat, genaamd Brouwershoef, van Jan Ariens. (22)
Vervolgens werd Margaretha op 12 maart 1714 gedoopt.
Op 5 maart 1715 vond er weer een incident plaats in de herberg van Jochem. Geertruij Jochems, oud 30 jaar, Willem Jochems, oud 28 jaar en Bartel du Pre , oud 30 jaa, r verklaarden, dat zij in het huis van Jochem Boijen, herbergier, waren en dat zij gezien hadden, dat Jochem Boijen vocht met Gerardus Jacobs van den Heuvel en dat daarbij messen werden gebruikt. Ook was Gerardus van den Heuvel in gevecht met Jan Colen en Roeloft Jan Hoefs. (23)
Jochem en Jan Henricx, oud borgermeester, verklaarden , dat op op 15 juli 1716 een gevecht was ontstaan tussen willem Janssen en Gijsbert van den Broeck, waar bij eerstgenoemde een mes gebruikte. (24)
Dan op 10 augustus1715 werd Joanna geboren.
Op 28 oktober 1716, twee dagen na de doop van het dertiende kind van Jochem en Ardien, Emberta geheten, vond er een erfdeling plaats, omdat Emken, de weduwe van Jan Art Hensen ook was overleden. Jochem kreeg huis en hof waar Emke wasgestorven, de Jan Artssenhof, land op het Berchemse Hoogvelt, land gekomen van Reijnder Thonissen en een schuld van honderd gulden aan de Rentmeester uit Den Bosch, vijftig gulden aan de Geestelijk Rentmeester en zevenendertig gulden aan de weduwe van der Steen uit Herpen. Jan Jan Nelen, de man van Maria Jan Art Hensen erfde twee stukken land in de Paghthoeve, land op de Corte Halve Mergen, land in de Herperhoeve, land in Deursen genaamd Cemperkis, honderd gulden kapitaal aan meester Willem van de Goor uit Volkel, vijftig gulden kapitaal aan broederschap Sint Thonis en zevenendertig gulden aan de weduwe van der Steen uit Herpen. (25)
In dit zelfde jaar waren Guilielma, Elisabeth en Emerentiana ziek geworden en gestorven. Het jaar daarop stierf ook Emberta.
Gelukkig kwam er weer een kind ter wereld op 10 december 1717. Hij werd Joes genoems.
Op 9 augustus 1718 tekenden Jochem Boeijen, samen met Antonij van Grunsven, Frans Brants en Beugen een schuldbekentenis van vierhonderd gulden aan griffier Hendrik van Breugel (26).
Tenslotte werd het vijftiende en laatste kind van Jochem en Ardina geboren op 10 december 1719: Jan Joachim.
Helaas stierf Margaretha het jaar daarop.
In verband met het verlies van zijn vrouw Maria Jan Aart Hensen, het verlies van al zijn rundvee en het opvoeden van zijn 4 onmondige kinderen verzocht op 2 oktober 1721 Dirk Jan Neelen, de zwager van Jochem, om uit de kosten te komen, om land op de Corte Halve Mergen te mogen verkopen. Na het rapport hierover gemaakt door Jan Jansen de Jonge en Jochem Boeijen gingen de schepenen akkoord. (27)
Op 30 november 1724 pachtte Jochem land in Haren, genaamd de Grobbencamp en land in Deursen, genaamd In het Herperdt voor een periode van zes jaar van Mathias Pijl als gevolmachtigde van pater Prior van het Klooster Marienbloem in Kalkar. (28)
In 1728 overleed Joes, elf jaar oud.
Op 14 januari 1730 kocht Jochem een akker, de Oostersteeg genoemd, voor 60 gulden van Jan van den Backer uit Megen en Hermen Flipsen uit Roermond. (29)
Op 26 september 1730 werd Jochem, oud borgermeester, samen met Jan Hendrix van Erp oud-schepen, Luijcas Luijcassen oud-borgermeester, Tonij Jochems van der Stappen, Dirriske vrouw van Peter Hendrix, Erke weduwe Tonij Hanenbergh, Ardina Jan Ards vrouw van Jochem Boeijen ondervraagd door vorster Jacobus Ackerman vanwege een kwestie met Gijsbert van den Broek i.v.m. het ophalen en verantwoorden van de Franse contributie en het hoofdgeld en wat de ondervraagden hadden betaald. (30)
Begin 1735 overleed Ardina, de vrouwvan Jochem. Ze werd op 15 januari 1735 begraven.
Dat jaar stelde Jochem Boeijen zich borg voor Gijsbert Schonenberg. Tegen de in de akte genoemde voorwaarden stellen de schepenen een aanbesteding op voor de minst biedende voor het dekken van de toren. De aanbesteding wordt ingezet en gemijnd door Gijsbert Schonenberg voor 95 gulden. (31)
Op 10 januari 1739 had Jacobus de Booij, secretaris van Nuland een akker ter plaatse genaamd Brokeijk in Berghem gekocht van Nicolaes Woerdenbagh uit de boedel van Jochem Aert Goossens, en publiekelijk verkocht en bij deze wettelijk en erfelijk overgedragen aan Jochem Boeijen uit Berghem, los en vrij en niet zijnde een leenobject voor de netto-koopsom inclusief de slagen van 210 gulden. (32)
Op 8 april 1740 kocht Jochem een akker de Korte Halve Morgen aan de Oostersteeg voor 140 gulden (33). Op 25 mei 1740 verkocht hij deze akker, die hij van Jan Dirx en de zijnen had verkregen, modeling weer aan Linert Peeter Megens voor 150 gulden. (34)
Ook aan Linert Peeter Megens verkocht hij op 16 oktober 1744 hooiland, genaamd de Agterse Beemden. (35)
Op 22 december 1740 stelde Jochem zich borg , samen met Peter Hak en Jan Emits voor 300 gulden, die door Handerske, de weduwe van Peter Emits was geleend aan hen. (36)
Dan in de zomer van 1752 overleed Jochem Boeijen en werd hij op 15 juli begraven.
Op 27 september van dat jaar gingen Pieternel, Jan, Hendrik, Christiaan Swackenberg gehuwd met Johanna, Hendrina, Hendrik van Kouwkerken gehuwd met Jenneke en Maria, allen kinderen van Jochem Boeijen een akkoord aan, waarbij zij de openstaande schulden van hun overleden vader overnamen. Zij kregen dan de opbrengst van gehoudenb erfhuis, waarmee ze de schulden konden betalen. (37)
Ook vond toen de erfdeling plaats. Hendrina Jochems Boeijen weduwe Jan van den Heuvel; Hendrik van Kouwkerken gehuwd met Jenneke Jochems Boeijen; Maria Jochems Boeijen weduwe Hendrik Willem Teunisse; Leendert Megens gehuwd met Peternel Jochems Boeijen; Hendrik Jochems Boeijen; Christiaan Hermens Swakkenbergh gehuwd met Johanna Jochems Boeijen en Jan Jochems Boeijen, Zij allen gingen de scheiding en deling van goedeeren aan.
Hendrina Jochems Boeijen kreeg teulland , genaamd de Donk; dit lot was belast met kapitaal van 100 gulden aan Johanna Maria van de Goor te Ravenstein. Hendrik van Kouwkerken kreeg huis en hof, genaamd Vogelsang tussen erve van Hendrik Jochems van den Heuvel aan ene en weduwe van Jan van den Heuvel aan andere zijde met beide tot aan de straat; teulland als voor genaamd Brokeijk; teulland als voor genaamd Het Velt. Maria Jochems Boeijen kreeg huis en hof alhier genaamd Betteler tussen erve van Jan Brok aan ene en Goossen Brants aan andere zijde met een eind erve van Willem Kolen en ander eind de straat; teulland als voor genaamd de Vogelesang. Leendert Megens kreeg huis en hof alhier genaamd het Duureijnt tussen erve van weduwe Roelof Roelofs aan ene en verders rondom de straat. Hendrik Jochems Boeijen kreeg teulland alhier genaamd de Heijde; teulland als voor genaamd de Kuel; hooiland te Macharen in den Distelcamp; dit lot iwas belast met kapitaal van 250 gulden aan weduwe van Timmer te Megen; kapitaal van 50 gulden aan Catharina van Keulen te ’s-Bosch. Christiaan Swakkenbergh kreeg teulland alhier genaamd Jan Aart Hensenhof; teulland als voor genaamd de Korte Halve Mergens. Jan Jochems Boeijen kreeg huis, schuur, varkenskooi en hof alhier genaamd de Koorenstraat tussen erve van Gerit Schuurmans aan ene en de weduwe van Goossen Brants aan andere zijde met een eind weduwe van Hendrik Strik en ander eind de straat; dit lot wasbelast met 750 gulden in verscheidene reijsen genegotieerd van Rudolph van Reijn te Vugt.(38)
BRONNEN:
1. Algemene informatie: Wikipedia.
2. Schepenbanken Berghem 06-02-1692 transport toeg 7350 inv 18 pag 71-72
3. Schepenbank Berghem huurovereenkomst 13-10-1701 toeg 7350 inv 23 pag 194-195
4. Schepenbanken Berghem verklaring 03-10-1697 toeg 7350 inv 24 pag 16-18
5. Schepenbanken Berghem 13-10-1701) inventaris toeg 7350 inv 23 pag 190-193
6. Schepenbanken Berghem verklaring 17-04-1698 toeg 7350 inv 26 pag. 27-30
7. Schepenbanken Berghem verklaring 18-08-1698 toeg 7350 inv 24 pag 47-49
8. Schepenbanken Berghem verklaring 21-11-1698 toeg 7350 inv 24 pag 63-64
9. Schepenbanken Berghem verklaring 21-01-1700 toeg 7350 inv 24 pag 79-83
10. Schepenbanken Berghem verklaring 11-01-1701 toeg 7350 inv 24 pag 118-119
11. Schepenbank Berghem verklaring 30-04-1701 toeg 7350 inv 24 pag 126-129
12. Schepenbanken Berghem verklaring 09-01-1715 toeg 7350 inv 30 pag 259
13. Schepenbanken Berghem verklaring 08-08-1718 toeg 7350 inv 50 pag 154-156
14. Voor alle data (geboorte, huwelijk en overlijden zie : De kwartierstaat van Willem den Brok.
15. Schepenbank Berghem kwestie 01-07-1701 toeg 7350 inv 24 pag 136-138
16. Schepenbanken Berghem Verklaring 29-09-1702 toeg 7350 inv 24 pag 184-187
17. Schepenbanken Berghem verklaring 03-05-1706 toeg 7350 inv 23 pag 329-332
18. Schepenbank Berghem 29-05-1706 verklaring toeg 7350 inv 23 pag 339-340
19. Schepenbank Berghem kwestie 29-05-1706 toeg 7350 inv 23 pag 335-338
20. Schepenbank 09-04-1709 toeg 7350 inv 22 pag 338.
21. Schepenbank Berghem transport 28-11-1711 toeg 7350 inv 30 pag 28-33
22. Schepenbank Berghem transport 24-08-1713 toeg 7350 inv 30 pag 192
23. Schepenbank Berghem verklaring 06-04-1715 toeg 7350 inv 30 pag 270-271
24. Schepenbank Berghem verklaring 20-07-1716 toeg 7350 inv 50 pag 18-19
25. Schepnbanken Berghem Erfdeling 28-10-1716 toeg 7350 inv 50 pag 43-46
26. Schepenbank Berghem schuldbekentenis 09-08-1718 toeg 7350 pag 43-45
27. Schepenbank Berghem verzoek 02-10-1721 toeg 7350 inv. 52 pag 168-170
28. Schepenbank Berghem verpachting 30-11-1724 toeg 7350 inv 51 pag 314-315
29. Schepenbank Berghem overdracht 14-01-1730 toeg 7350 inv 33 pag 5-5
30. Schepenbanken Berghem Ondervraging 26-09-1730 toeg 7350 inv 52 pag 314-315
31. Schepenbank Berghem aanbesteding 17-12-1735 toeg 7350 nv 69 pag 162-167
32. Schepenbank Berghem overdracht 10-01-1739 toeg 7350 inv 33 pag 311-313
33. Schepenbank Berghem overdracht 08-04-1740 toeg 7350 inv 33 pag 399-401
34. Schepenbank Berghem overdracht 25-06-1740 toeg 7350 inv 33 pag 429-431
35. Schepenbank Berghem transport 16-10-1744 toeg 7350 inv 34 pag 152-153
36. Schepenbank Berghem kwitantie 22-12-1740 toeg 7350 inv 55 pag 237-238
37. Schepenbank Berghem akkord 27-09-1752 toeg 7350 inv 57 pag 194-195
38. Schepenbank Berghem erfdeling 27-09-1752 toeg 7350 inv 57 pag 185-193
Willem den Brok, november 2025.
Terug naar: "De vooroudergeschiedenis van Willem den Brok"
Maak jouw eigen website met JouwWeb